Rb. 's-Gravenhage 31 januari 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BC3400

Eiser wordt verdacht van moord dan wel doodslag op zijn partner. Hij is op deze verdenking in verzekering gesteld. Eiser vordert gedaagde te bevelen om het lichaam van het slachtoffer onmiddellijk, doch vóór de crematie, in beslag te nemen en tot op een door de voorzieningenrechter te bepalen datum in beslag te houden. Nadere sectie op het lichaam is in het belang van de verdediging en de waarheidsvinding. In geschil is of het openbaar ministerie, als orgaan van gedaagde, opnieuw tot inbeslagneming van het lichaam moet overgaan om de mogelijkheid te behouden dat eiser een nader onderzoek of een tegenonderzoek laat verrichten op het lichaam. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is een voldoende antwoord gegeven op de vragen van de kant van eiser. De bevindingen van de patholoog zijn en worden ruim gedocumenteerd, er zijn geen aanwijzingen voor de veronderstelling dat het toepasselijke protocol niet is nageleefd en er kan ook na de crematie nog nader weefselonderzoek plaatsvinden. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten voor serieuze twijfel aangaande de doodsoorzaak. Gelet op dit een ander valt de hier vereiste afweging van belangen in het nadeel van eiser uit. Inbeslagneming van het lichaam is niet nodig. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af.

De uitspraak op rechtspraak.nl