Rb. 's-Gravenhage 15 januari 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BC2670
Associatiebesluit 1/80 / gezinsleden Turkse werknemer / rechtsgevolgen naturalisatie De rechtbank is van oordeel dat eiseres wel degelijk een beroep toekomt op het Besluit 1/80 nu dit Besluit ziet op Turkse werknemers en hun gezinsleden die op grond van nationale wet- en regelgeving in Nederland rechtmatig verblijf hebben verkregen (zoals ook staat vermeld in paragraaf B11/3.1 van de Vc 2000). Niet in geschil is dat eiseres bij besluit van 7 oktober 2004 rechtmatig verblijf in Nederland heeft verkregen. Derhalve dient te worden beoordeeld of zij aanspraak kan maken op voortzetting van verblijf op grond van Besluit 1/80. De rechtbank volgt het primaire standpunt van verweerder, dat er in het kader van Besluit 1/80 sprake is van een aanvraag om eerste toelating, dan ook niet. De rechtbank is van oordeel dat de echtgenoot van eiseres - voor zover hij de hoedanigheid heeft van tot de legale arbeidmarkt behorende Turkse werknemer in de zin van artikel 7 van het Besluit 1/80 - deze hoedanigheid niet heeft verloren door naturalisatie. Immers, gelet op de uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna: het Hof van Justitie) van 11 november 2004 (Cetinkaya; C-467/02), 16 februari 2006 (Torun; JV 2006/92), 18 juli 2007 (Derin; JV 2007/438) worden de door artikel 7 van het Besluit 1/80 verleende rechten slechts in twee gevallen beperkt, te weten: - wanneer de aanwezigheid van de Turkse migrerende werknemer op het grondgebied van de lidstaat van ontvangst wegens zijn persoonlijke gedrag een reële en ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de volksgezondheid in de zin van artikel 14, eerste lid, van het Besluit 1/80; - wanneer de betrokkene het grondgebied van die Staat gedurende langere tijd zonder gegronde redenen heeft verlaten. De motivering van verweerder in het bestreden besluit dat de echtgenoot van eiseres reeds ten tijde van de inreis van eiseres in Nederland de Nederlandse nationaliteit had en dat eiseres gelet hierop niet in aanmerking zou komen voor verblijf als gezinslid van een Turkse werknemer op grond van artikel 7 van het Besluit 1/80, kan gelet op de hiervoor genoemde jurisprudentie van het Hof van Justitie geen stand houden.
De uitspraak op rechtspraak.nl