Rb. 's-Gravenhage 8 juni 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BN7750
Betreft WOZ-beschikking. De waarde van eisers woning is per waardepeildatum 1 januari 2003 voor het tijdvak 1 januari 2005 tot 1 januari 2007 vastgesteld op € 475.392. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van de woning op de waardepeildatum niet te hoog is vastgesteld. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat weliswaar sprake is van bodemverontreiniging, maar dat niet aannemelijk is dat van de kans op sanering daarvan nu al een waardrukkend effect uitgaat. Daarvoor is die kans te weinig actueel en concreet. Een verlaging van de waarde met € 15.000 vanwege de eerst ter zitting gebleken juiste inhoud van de woning stuit af op artikel 26a van de Wet WOZ. Ten slotte slaagt ook het beroep van eiser op het vertrouwensbeginsel niet. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl