Rb. 's-Gravenhage 13 november 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BD0066
Bezwaar tegen verlening akte van opsporingsbevoegdheid. Betrouwbaarheidscriterium bijzonder opsporingsambtenaar. De rechtbank is van oordeel dat verweerder, gelet op deze omstandigheden, in redelijkheid tot zijn vaststelling van betrouwbaarheid heeft kunnen komen. Ingevolge artikel 7:12, eerste lid, van de AWB dient de beslissing op bezwaar te berusten op een deugdelijke motivering, die bij bekendmaking van de beslissing wordt vermeld. De rechtbank is van oordeel dat, hoewel verweerder geen concrete achtergronden en omstandigheden heeft vermeld, de verwijzing naar de zienswijze van de derde-belanghebbende voldoende duidelijk was. Eiser was immers blijkens de gedingstukken reeds lange tijd op de hoogte van de problemen van de derde-belanghebbende en de strekking van de zienswijze van de derde-belanghebbende is onmiskenbaar. Eisers standpunt dat verweerder het bestreden besluit onvoldoende heeft gemotiveerd, slaagt niet. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl