Rb. 's-Gravenhage 20 december 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BC9231

X beoogde haar bestaande horeca-onderneming in te brengen in een B.V., waarbij als tegenprestatie voor de inbreng een lijfrente bij de B.V. zou worden bedongen. De adviseur van X heeft aangifte voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen gedaan waarin hij lijfrentepremie in aftrek brengt. Omdat de horeca-onderneming aan een derde was verkocht voordat de B.V. was opgericht heeft verweerder die aftrek niet toegestaan. In geding is de opgelegde vergrijpboete van 50% (€ 34.536) die in bezwaar is verlaagd naar € 5.000. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder er niet in geslaagd opzet van X te bewijzen. X heeft gesteld geen verstand te hebben van de onderhavige fiscaaltechnisch gecompliceerde materie. Niet is komen vast te staan dat X weet had of had moeten hebben dat door de voortijdige verkoop van de horeca-onderneming de beoogde lijfrentepremieaftrek niet kon worden gerealiseerd. Mogelijke opzet van de adviseur is niet toe te rekenen aan X. X heeft voldoende zorg betracht bij de keuze van de professionele adviseur en hoefde, gelet op de gecompliceerdheid van de materie, ook niet te twijfelen aan de fiscale aanvaardbaarheid van diens adviezen. Het beroep is gegrond verklaard en de boetebeschikking is vernietigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen