Rb. 's-Gravenhage 23 november 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BC4406

Ontslag militair die transactievoorstel van het OM terzake van bezit van harddrugs heeft geaccepteerd. Beleid van Koninklijke Landmacht houdt in dat het enkele bezit (ook indien dit van zeer korte duur is) van harddrugs, ongeacht de hoeveelheid, leidt tot ontslag wegens wangedrag, terwijl het enkele bezit van niet meer dan een gebruikershoeveelheid softdrugs, niet ten overstaan van andere militairen, en voor het eerst vastgesteld, tot een waarschuwing leidt. Verweerder meent dat het bezit van harddrugs aannemelijk is omdat eiser het door het OM gedane transactieaanbod, welk aanbod betrekking had op het bezit van harddrugs, heeft geaccepteerd. Naar het oordeel van de rechtbank beschouwt verweerder de acceptatie van een transactievoorstel ten onrechte als een schuldbekentenis van het strafbare feit, waarop het transactievoorstel betrekking heeft. Het karakter van de transactie brengt met zich dat na acceptatie daarvan geen vaststelling van de schuld van de verdachte meer plaatsvindt, strafvervolging wordt immers hierdoor voorkomen. Verweerder heeft de aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde feiten niet op voldoende zorgvuldige wijze vastgesteld. Voor de beantwoording van de vraag of deze feiten volgens het eigen beleid van verweerder het verlenen van ontslag wegens wangedrag rechtvaardigen dient buiten gerede twijfel te staan dat er sprake was van bezit van harddrugs door eiser. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen