Rb. 's-Gravenhage 18 juli 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BC3316

Toegang Nederland geweigerd / gemeenschapsonderdaan / Nederlander De rechtbank overweegt dat uit jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (Morson en Jhanjan, 27 oktober 1982, RV1982/113) blijkt dat het gemeenschapsrecht niet verbiedt dat lidstaten hun eigen burgers slechter behandelen dan onderdanen van andere lidstaten. Ingevolge paragraaf B10/1.6 van de Vreemdelingencirculaire 2000 wordt een Nederlander in beginsel niet als een gemeenschapsonderdaan aangemerkt, tenzij wordt vastgesteld dat hij (ook) verblijfsrecht ontleent aan het gemeenschapsrecht. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan een in Nederland gevestigde Nederlander die vanuit Nederland diensten verricht ten behoeve van dienstenontvangers in een andere lidstaat. Vast staat dat de Nederlandse echtgenoot naar Nederland reisde en dat hij woonachtig is op Cura?ao. De rechtbank stelt vast dat de echtgenoot niet als gemeenschapsonderdaan is aan te merken. Eiseres heeft voorts niet onderbouwd waarom de echtgenoot anderszins als gemeenschapsonderdaan moet worden aangemerkt. Beroep ongegrond

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen