Rb. 's-Gravenhage 13 september 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BC2376
Eiseres beschikt over een auto die tot haar bedrijfsvoorraad behoort en waarvoor zij een handelaarskenteken gebruikt. Zij heeft deze auto meegegeven aan een cliënt voor een proefrit en deze vooraf erop gewezen dat de auto enkel en alleen voor een proefrit mocht worden gebruikt. De cliënt rijdt met deze auto naar Ikea om een vaas te kopen en naar een restaurant om roti te kopen. Verweerder heeft naar aanleiding van een controle, waarbij de hiervoor genoemde feiten geconstateerd zijn, een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting van euro 323 en een verzuimboete van eveneens euro 323 opgelegd. In geschil is of de naheffingsaanslag en de boete terecht aan eiseres zijn opgelegd. Rechtbank 's-Gravenhage oordeelt dat een rit naar Ikea om een vaas te kopen en naar een restaurant om roti te kopen geen verband houdt met - voor zover hier van belang - de verkoop van het onderhavige motorvoertuig. Derhalve kan niet worden gezegd dat op dat moment van de weg gebruik werd gemaakt in het kader van bedrijfsactiviteiten van het bedrijf van eiseres. Hierdoor was ten tijde van de controle niet voldaan aan de voorwaarde van artikel 44, vierde lid, van het Kentekenreglement en is de onderhavige naheffingsaanslag, mede gelet op artikel 44, vijfde lid, van het Kentekenreglement, terecht aan eiseres opgelegd. Voorts oordeelt de rechtbank dat verweerder de discretionaire bevoegdheid van artikel 67c van de AWR moet uitoefenen met inachtneming van geschreven en ongeschreven rechtsbeginselen, waarvan hier van belang is het in artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde evenredigheidsbeginsel. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de door verweerder genoemde uitspraak van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, niet dat eiseres, om een boete van 100% te voorkomen, altijd een werknemer moet laten meerijden tijdens een proefrit. De rechtbank ziet in de omstandigheden van het onderhavige geval onvoldoende grond voor de conclusie dat de boete van 100% gerechtvaardigd is reeds omdat eiseres geen werknemer heeft laten meerijden tijdens de proefrit. De rechtbank vermindert de verzuimboete met 25%. Het beroep is gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl