Rb. 's-Gravenhage 6 november 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BC2340

Eiser is in 2000 toegetreden als commanditair vennoot van CV4, een zogenoemde film-CV. Eiser bezat een participatie in CV4 ten bedrage van fl. 8.000. In zijn aangifte voor het jaar 2000 heeft hij een verlies van fl. 16.760 aangegeven ter zake van deze deelname. In geschil is of verweerder over een nieuw feit beschikt dat de navorderingsaanslag rechtvaardigt, of eisers participatie in CV4 een bron van inkomen is, of CV4 een onderneming heeft gedreven en of verweerder enig beginsel van behoorlijk bestuur dan wel het rechtszekerheidsbeginsel heeft geschonden. Rechtbank 's-Gravenhage oordeelt dat verweerder over het onderhavige jaar mocht navorderen. Voorts oordeelt de rechtbank dat de deelname in CV4 voor eiser een bron van inkomen vormde maar dat CV4, gelet op de feiten en omstandigheden, geen ondernemersrisico heeft gelopen en derhalve geen onderneming heeft gedreven. Eiser kan geen verlies uit onderneming ter zake van zijn deelname in CV4 in aanmerking nemen. Tenslotte oordeelt de rechtbank dat geen sprake is van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het rechtvaardigheidsbeginsel. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen