Rb. 's-Gravenhage 20 december 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BC2204

Vreemdelingenbewaring / EU-onderdaan Op 22 november 2007 heeft verweerder de maatregel opgeheven omdat eiser een EU-onderdaan bleek te zijn. Anders dan eiser kennelijk meent, brengt het stellen dat men EU-onderdaan is, niet met zich dat men niet in vreemdelingenbewaring mag worden gesteld. Uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 17 februari 2005 (C-215/03, JV 2005/148) leidt de rechtbank af dat het verblijfsrecht van een EU-burger eerst erkend kan worden indien de gestelde identiteit door de vreemdeling ondubbelzinnig is aangetoond. Het beroep van eiser op artikel 5 van de Verblijfsrichtlijn en artikel 8.8 van het Vb 2000 kan, voorzover niet ondubbelzinnig is komen vast te staan dat eiser de Franse nationaliteit heeft, dan ook reeds om die reden niet slagen. De rechtbank overweegt in dit verband dat uit het door eiser gestelde niet ondubbelzinnig volgt dat eiser de Franse nationaliteit heeft. Reeds niet omdat uit de aangiftes niet blijkt dat het om Franse documenten zou gaan. Evenmin volgt eisers nationaliteit uit hetgeen eiser tijdens de gehoren heeft verklaard. Voorts volgt uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 7 juli 2004 (JV 2004/335) dat de periode die in hoofdstuk B10/2.4 van de Vc 2000 aan de vreemdeling wordt gegund om het gestelde EU-burgerschap te bewijzen, niet aan toepassing van de vreemdelingenbewaring in de weg staat. Voor verweerder is eerst op 21 november 2007 ondubbelzinnig komen vast te staan dat eiser over de Franse nationaliteit beschikte. De bewaring is tot dat moment dan ook niet onrechtmatig te achten. De rechtbank is voorts niet van oordeel dat, mede gelet op hetgeen verweerder daaromtrent heeft gesteld, het onderzoek naar eisers nationaliteit onredelijk lang heeft geduurd. Wel is de bewaring vanaf het moment dat eisers nationaliteit vast stond onrechtmatig te achten, nu verweerder niet heeft gesteld noch zulks anderszins is gebleken dat eisers verblijf hier te lande op dat moment niet rechtmatig was. De bewaring van eiser heeft dan ook ten onrechte voortgeduurd met één dag en in zoverre is het beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen