Rb. 's-Gravenhage 22 augustus 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0745
Rvb-gerechtigden / hogere financiële toelage / artikel 27 IVRK / geen rechtstreekse werking Vreemdelingen zoals omschreven in artikel 2, eerste lid onder e, Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb), komen vanaf 1 januari 2007 zelfstandig in aanmerking voor de financiële toelage om in de noodzakelijke bestaansmiddelen te voorzien. De reden voor deze uitbreiding van de kring van de zogeheten Rvb-gerechtigden is gelegen in de uitspraak van 24 januari 2006 van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) (LJN AV0197). Nu eiser, naar niet in geschil is, behoort tot de categorie vreemdelingen zoals genoemd in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder e, Rvb, heeft verweerder op juiste gronden eiser de financiële toelage toegekend als bedoeld in artikel 6, tweede lid, aanhef en onder i, Rvb. Gelet op de aard van deze regeling stond het verweerder niet vrij om eiser een hogere financiële toelage te verstrekken. Met betrekking tot de stelling van eiser, dat de toelage niet toereikend is om in de kosten van voedsel, kleding én wonen te voorzien en de Rvb in zoverre in strijd is met artikel 27 Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK), overweegt de rechtbank het volgende. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (onder meer de uitspraak van 15 februari 2007, 200604499/1), bevatten de bepalingen van artikel 27 IVRK, gelet op hun formulering, geen norm die vatbaar is voor rechtstreekse toepassing door de rechter, aangezien zij niet voldoende concreet is voor zodanige toepassing en derhalve nadere uitwerking behoeft in nationale wet- en regelgeving.
De uitspraak op rechtspraak.nl