Rb. 's-Gravenhage 27 augustus 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0719

Vertrouwensbeginsel / toezegging verblijfsvergunning / nadelige gevolgen Verweerder betwist niet dat een medewerker van verweerder aan eiser telefonisch heeft toegezegd dat de gevraagde verblijfsvergunning onder de beperking ‘medische behandeling’ zal worden verleend. Verweerder stelt echter dat hij niet tot vergunningverlening hoeft over te gaan aangezien het niet nakomen van de toezegging geen nadelige gevolgen voor eiser heeft. De rechtbank overweegt dat het vertrouwensbeginsel inhoudt dat gerechtvaardigde verwachtingen, zo dat enigszins mogelijk is, worden gehonoreerd. Daartoe is op zich niet vereist dat een betrokkene door het niet honoreren van dat vertrouwen geen nadelige gevolgen ondervindt. Maar ook indien dat wel vereist zou zijn, is eiser door het niet nakomen van de door verweerder gedane toezegging wel degelijk in een nadeliger positie komen te verkeren. Hierbij is het volgende in aanmerking genomen. Eiser heeft met juistheid gesteld dat, indien de vergunning onder de gevraagde beperking zou zijn verleend, hij na drie jaar in aanmerking zou zijn gekomen voor voortgezet verblijf en hij dan ook eerder naturalisatie had kunnen aanvragen. Verweerders verwijzing naar het Wijzigingbesluit van de Vreemdelingencirculaire 2000 (WBV) 2006/14 doet daar niet aan af. Weliswaar is daarin geregeld dat ook houders van een vergunning onder de beperking ‘verblijf vanwege medische noodsituatie’ na drie jaar rechtmatig verblijf een aanvraag kunnen doen voor een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met voortgezet verblijf, maar voormeld WBV is eerst op 15 maart 2006 in werking getreden en uit de inhoud blijkt niet dat aan het daarin opgenomen beleid terugwerkende kracht is verleend. Het moet er derhalve voor worden gehouden dat voornoemd beleid eerst geldt vanaf 15 maart 2006. Eiser is derhalve in zoverre wel degelijk benadeeld door het niet nakomen van de gedane toezegging. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat verweerder het gerechtvaardigde vertrouwen van eiser had moeten honoreren door hem met ingang van 29 september 2000 een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘medische behandeling’ te verlenen. Door dit na te laten heeft verweerder gehandeld in strijd met het vertrouwensbeginsel. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen