Rb. 's-Gravenhage 5 november 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BB9974
Mvv-vereiste / Turkse onderdaan / eerste toelating / besluit 1/80 De rechtbank acht het stellen van het mvv-vereiste in geval van een eerste toelating niet in strijd met de standstillbepaling in artikel 13 van Besluit 1/80. Daartoe is allereerst redengevend dat de tekst erop duidt dat de werking van deze bepaling, evenals van de artikelen 6 en 7, beperkt is tot de Turkse werknemers en hun gezinsleden, wier verblijf en arbeid op het grondgebied van de lidstaat legaal zijn. Daaruit en uit de samenhang tussen deze bepaling en de artikelen 6 en 7 van het Besluit 1/80 moet worden afgeleid dat artikel 13 niet zo kan worden opgevat dat deze ook betrekking heeft op de eerste toelating van gezinsleden van Turkse werknemers. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in het arrest van het Hof van Justitie voor de Europese Gemeenschappen van 21 oktober 2003 in de zaak Abatay en Sahin (JV 2004/2). Wanneer sprake is van eerste toelating tot het grondgebied van een lidstaat, is artikel 13 van het Besluit 1/80 niet aan de orde. Deze lezing wordt bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in een uitspraak van 31 juli 2006 (JV 2006/355).
De uitspraak op rechtspraak.nl