Rb. 's-Gravenhage 19 september 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BB9323
Opheffing dwangsom De rechtbank heeft bij uitspraken van 6 april 2005, verzonden op 8 april 2005 (AWB 04/48437, 04/48439, 04/48441, 04/48440) bepaald dat verzoeker binnen een termijn van vier weken een besluit op de aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dient te nemen en tevens een besluit op de bezwaarschriften betreffende het niet ambtshalve verlenen van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder e, Vreemdelingenwet 2000 (Vw), één en ander op straffe van een dwangsom. Verzoeker heeft aangevoerd dat niet aan de door de rechtbank opgelegde termijn kon worden voldaan, omdat het besluit betreffende de asielaanvraag niet genomen kon worden zonder eerst een voornemen uit te brengen en de zienswijze van verweerder af te wachten. Ingevolge artikel 611d, eerste lid, Rv kan de rechter die een dwangsom heeft opgelegd op vordering van de veroordeelde de dwangsom opheffen, de looptijd ervan opschorten gedurende de door hem te bepalen termijn of de dwangsom verminderen in geval van blijvende of tijdelijke, gehele of gedeeltelijk onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te voldoen. Naar vaste jurisprudentie (Benelux Gerechtshof, 25 september 1986, NJ 1987/909 en Hoge Raad, 13 juni 2003, NJ 2003, 521) is sprake van een onmogelijkheid om aan de hoofdveroordeling te voldoen, indien het onredelijk zou zijn meer inspanning en zorgvuldigheid te vergen dan de veroordeelde heeft betracht. Dit kan zich voordoen in een situatie waarin de dwangsom als dwangmiddel- dat wil zeggen als geldelijk prikkel om nakoming van de veroordeling zoveel mogelijk te verzekeren- zijn zin verliest. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten om te concluderen dat het uitbrengen van de voornemens en besluiten niet sneller had gekund. Van verzoeker had in onderhavig geval meer inspanning verwacht mogen worden om in ieder geval de besluitvormingsprocessen te bespoedigen. De rechtbank overweegt dat in onderhavige procedure geen sprake is van een onmogelijkheid voor verzoeker om aan de hoofdveroordeling te voldoen. Daar betrekt de rechtbank bij dat er voor verzoeker een mogelijkheid was om een rechtsmiddel in te stellen tegen de uitspraak van 6 april 2005, aangezien hij reeds bij ontvangst van die uitspraak van mening was niet te kunnen voldoen aan de hoofdveroordeling, vanwege de termijn die in acht dient te worden genomen voor het indienen van een zienswijze. De vordering tot opheffing of vermindering van de dwangsommen wordt afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl