Rb. 's-Gravenhage 14 november 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BB8441

zie ook BB8439, BB8444 en BB8446 De rechtbank spreekt vervroegd de onteigening uit ten name en ten behoeve van de gemeente. Op basis van de feiten en omstandigheden die de Kroon ten tijde van haar besluit bekend waren, heeft zij in redelijkheid tot het oordeel kunnen komen dat [A] niet had aangetoond te beschikken over een in het kader van de onteigening aanvaardbare samenwerkingsovereenkomst, op grond waarvan in redelijkheid zou moeten worden geoordeeld dat [A] bereid en in staat is de bestemming zelf overeenkomstig de wensen van de gemeente te realiseren. Voorzover geklaagd wordt over een onjuiste belangenafweging van de onteigeningstitel dienen de bezwaren al in de administratieve procedure kenbaar te zijn gemaakt, tenzij de bezwaren feiten en/of omstandigheden betreffen die zich na de datum van het onteigenings-KB hebben voorgedaan. De thans tegen de vervroegde onteigening aangevoerde bezwaren zijn niet reeds eerder in het kader van de administratieve procedure aangevoerd zodat daaraan in dit kader voorbij dient te worden gegaan. Van een schending van de onderhandelingsplicht ex artikel 17 Ow door de gemeente is niet gebleken. De noodzaak tot onteigening is gegeven. De gemeente heeft uit de omstandigheid dat [A.] de door de gemeente gedane aanbiedingen niet heeft geaccepteerd, mogen afleiden dat partijen niet in der minne tot overeenstemming hebben kunnen komen en is daarom terecht tot het opstarten van de onderhavige onteigeningsprocedure overgegaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen