Rb. 's-Gravenhage 12 november 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BB7914

Wrakingsverzoek. Voor zover verzoeker erover klaagt dat mr. [A] door zijn handelwijze in de hoofdzaak bij het opvragen en toelaten van de door [X] c.s. in de vrijwaringszaak overgelegde stukken, buiten de grenzen van de rechtsstrijd tussen partijen is getreden en als procespartij is opgetreden, is de klacht veeleer van processuele aard; deze handelwijze vormt op zichzelf geen grond voor wraking. Hetzelfde geldt voor het betoog dat mr. [A] geen juiste toepassing heeft gegeven aan het procesrecht ter zake van de figuur van voeging. Tegen dergelijke beslissingen van processuele aard staat - indien een procespartij zich daar niet in kan vinden - het rechtsmiddel van hoger beroep open. Het is niet de taak van de wrakingskamer over de processuele gang van zaken rondom de comparitie een oordeel te geven. De wrakingskamer is, ook los van bovengenoemde overwegingen, van oordeel dat het enkele feit dat mr. [A] stukken uit de vrijwaringszaak in de hoofdzaak heeft opgevraagd en toegelaten, geen blijk heeft gegeven van vooringenomenheid jegens verzoekers, ook niet als deze stukken mogelijk in het voordeel van de wederpartij zouden zijn. Verzoeker heeft geen feiten en omstandigheden aangevoerd die tot een andersluidend oordeel moeten leiden. De rechtbank wijst het verzoek tot wraking af.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen