Rb. 's-Gravenhage 15 juni 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BB6406
Aanvraag retourvisum Eisers heeft de Marokkaanse nationaliteit. Eiser heeft bij de Nederlandse vertegenwoordiging te Rabat een aanvraag ingediend tot het verlenen van een retourvisum. De rechtbank is van oordeel dat verweerder ten onrechte de aanvraag heeft aangemerkt als een aanvraag voor een visum kort verblijf. In zijn schriftelijke aanvraag van 1 maart 2005 heeft eiser expliciet aangegeven nogmaals een aanvraag voor een retourvisum te willen indienen. Ook uit zijn bezwaarschrift van 10 maart 2005 blijkt genoegzaam dat hij beoogd heeft een retourvisum in de zin van artikel 2.3, eerste lid, aanhef en onder d, Vb aan te vragen. Verweerder heeft die aanvraag niet, althans niet zonder daarover nader met eiser in contact te treden, kunnen aanmerken als een visum voor kort verblijf voor de afgifte waarvoor andere wettelijke- en beleidsvoorwaarden gelden. Nu verweerder dit heeft nagelaten is het bestreden besluit op onzorgvuldige wijze tot stand gekomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl