Rb. 's-Gravenhage 2 oktober 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BB6247

Ongewenstverklaring / belangenafweging / motivering De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerders standpunt met betrekking tot de ongewenstverklaring van eiser onvoldoende is gemotiveerd. Hiertoe wordt overwogen dat de door eiser aangevoerde persoonlijke omstandigheden wel zijn beoordeeld in het kader van artikel 4:84 van de Awb, maar niet tezamen zijn beoordeeld in het kader van de ongewenstverklaring. Voor zover aangenomen dient te worden dat verweerder in het bestreden besluit in het kader van de ongewenstverklaring heeft verwezen naar de glijdende schaal als bedoeld in artikel 3.86 van het Vb 2000 kan dit niet tot een ander oordeel leiden. Genoemde artikelen zien op een ander toetsingskader. De beoordeling in het kader van de ongewenstverklaring ziet specifiek op de afweging van de persoonlijke belangen van de vreemdeling tegenover het algemeen belang dat uit het oogpunt van openbare orde met de ongewenstverklaring is gediend. Van een dergelijke belangenafweging is in het bestreden besluit niet gebleken weshalve het een deugdelijke motivering ontbeert. Strijd met artikel 7:12/vernietiging bestreden besluit/beroep gegrond/afwijzing vovo.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen