Rb. 's-Gravenhage 31 augustus 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BB6013
Aanvraag in persoon / onvolledige aanvraag / aanvulling aanvraag in persoon Louter schriftelijke aanvraag verblijfsvergunning als zelfstandige via kantoor gemachtigde; geen toelichting/adstructie op beroep op hardheidsclausule mvv-vereiste; geen toelichting/adstructie verblijfsdoel; geen paspoort overgelegd. Verweerder heeft aanvrager via zijn gemachtigde opgeroepen de aanvraag in persoon aan te vullen. Aanvraag buiten behandeling gesteld. Bezwaar daartegen ongegrond verklaard. 1. De aanvraag mocht met toepassing van 4:5 Awb buiten behandeling gesteld worden omdat niet is voldaan aan het wettelijk vereisite dat de aanvraag in persoon moet worden gedaan. Uit het naast elkaar geregeld zijn in art 3.102 leden 1 en 2 VB 2000 van de aanvraag in persoon en de louter schriftelijke aanvraag kan, mede gezien de toelichting, niet afgeleid worden dat de aanvrager de vrije keuze heeft tussen indiening in persoon of louter schriftelijk. Hoofdregel is in persoon. Van de eerste aanvraag waarbij een beroep wordt gedaan op de hardheidsclausule van 3:71-4 Vb 2000 omdat de aanvrager niet over een mvv beschikt, is nergens geregeld dat die ook louter schriftelijk gedaan mag worden. 2. Tevens was de aanvraag onvolledig omdat het aanvraagformulier onvolledig is ingevuld en ingediend, de gevraagde toelichtingen en adstructie ontbraken en geen paspoort was overgelegd. 3. De awb regelt niet op welke wijze het bestuursorgaan gelegenheid voor aanvulling zoals bedoeld in art 4:5 lid 1 Awb moet bieden. Verweerder mocht dat doen door de aanvrager op te roepen in persoon te verschijnen op een door verweerder gegeven datum en tijd, overeenkomstig de in 3.33a VV 2000 en WBV 2006/7 (thans B1/9.1.1. Vc 2000) geregelde wijze van indiening betreffende een aanvraag zonder mvv.
De uitspraak op rechtspraak.nl