Rb. 's-Gravenhage 12 juni 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BB5608
Rijksoctrooiwet; In geschil is of onder het begrip rechtsvordering in artikel 63, tweede lid, van de wet moet worden begrepen een nietigheidsactie, zoals in dit geval door de derde partij is ingesteld. De conclusie is dat verweerder, gezien de door de derde partij ingestelde nietigheidsactie, de inschrijving daarvan in het octrooiregister en het ontbreken van toestemming van de derde partij tot de afstand, het verzoek tot inschrijving van de akte van gedeeltelijke afstand terecht heeft geweigerd. Beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl