Rb. 's-Gravenhage 17 augustus 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BB5484
Voortgezet verblijf / artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder c Vreemdelingenbesluit Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres geen drie jaar houder is van een verblijfsvergunning als ama. Wat partijen verdeeld houdt is de vraag of sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die maken dat eiseres aan 3.52 Vb rechten kan ontlenen. Die vraag wordt bevestigend beantwoord. Gelet op hetgeen in een ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken van december 2005 over de positie van alleenstaande vrouwen in Angola wordt vermeld overweegt de rechtbank dat het risico dat eiseres bij terugkeer naar Angola wederom in de prostitutie terecht komt zeker niet kan worden uitgesloten. Tevens is relevant dat eiseres twee jonge kinderen heeft en met deze kinderen woont bij de vader van het jongste kind. Uit de feitelijk door de vader van het jongste kind verleende zorg leidt de rechtbank een gezinsband af tussen eiseres, haar beide kinderen en de vader van het jongste kind. T.a.v. het oudste kind bestaat de band al vijf jaar. Andere relevante factoren zijn de lange duur van de besluitvorming (3 jaar)en medische problemen bij het jongste kind. Dit samenstel van factoren leidt tot de conclusie dat in redelijkheid niet kon worden geoordeeld dat geen sprake was van bijzondere individuele omstandigheden.
De uitspraak op rechtspraak.nl