Rb. 's-Gravenhage 21 mei 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BB5321

Aanvraag regulier / niet in persoon verschijnen / buiten behandeling stellen / 4:5 Awb Verweerder heeft de aanvraag met toepassing van artikel 4:5 Awb buiten behandeling gesteld, omdat sprake zou zijn van een onvolledige aanvraag. Verweerder meent dat artikel 14 VW juncto 3.102 Vb voorschrijft dat de aanvraag in persoon wordt ingediend en dat daarbij een geldig document tot grensoverschrijding en gegevens en andere gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 3.102 Vb worden overgelegd. Nu dat niet is gebeurd is verzoeker verzocht alsnog in persoon te verschijnen teneinde de aanvraag te completeren. Zonder bericht is verzoeker niet verschenen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat niet uit artikel 23 juncto 14 Vw kan worden afgeleid dat een reguliere aanvraag in persoon moet worden ingediend. Evenmin is dit bepaald in artikel 24 Vw. Artikel 3.101 Vb gaat uit van beide varianten, indiening in persoon of niet in persoon. De voorzieningenrechter concludeert daarom dat er geen wettelijk voorschrift is dat bepaalt dat een reguliere aanvraag altijd in persoon moet worden gedaan. Gevolg hiervan is dat de uitnodiging om in persoon te verschijnen geen herstel verzuim was want er was nog geen verzuim. Bij het geen gevolg geven aan deze uitnodiging, had verweerder alsnog een herstel verzuim dienen te geven. Strijd met 4:5 Awb

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen