Rb. 's-Gravenhage 19 september 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BB3882
Verzoek om een voorlopige voorziening en beroep ten aanzien van het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties waarbij de intrekking van verzoeksters Personnel Security Clearance (PSC) op NATO SECRET niveau is gehandhaafd. Verzoekster is op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam voor de NAVO-organisatie en werkte bij NATO Airborne Early Warning and Control Force te Geilenkirchen. Verzoekster heeft in januari 2006 melding gemaakt van een wijziging in haar persoonlijke situatie, aangezien zij het voornemen had in het huwelijk te treden met haar Tunesische partner. Zij is op 2 mei 2006 gehuwd met haar partner. Verzoeksters PSC is bij het besluit van 26 februari 2007 met toepassing van artikel 13, eerste lid, vierde lid onder d en vijfde lid, van de Wet Veiligheidsonderzoeken (Wvo) per direct ingetrokken op grond van de overweging dat op basis van de uitkomsten van het veiligheidsonderzoek door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) onvoldoende waarborgen aanwezig zijn om haar PSC te handhaven. Verweerder heeft hieraan ten grondslag gelegd dat informatie-uitwisseling met de autoriteiten van het land van herkomst van verzoeksters partner nog niet tot de mogelijkheden behoort. Nu verzoeksters partner de jaren voorafgaand aan de aanmelding voor het onderzoek in Tunesië verbleef, kan er niet voldoende inzicht worden verkregen in het doen en laten van verzoeksters partner. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet worden gezegd dat verweerder niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten de PSC van verzoekster in te trekken danwel niet te verlengen.
De uitspraak op rechtspraak.nl