Rb. 's-Gravenhage 18 september 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BB3777
Archeologische opgravingsbevoegdheid. Eisers sub 1-4, werknemers van de SOB (Stichting Research Instituut voor Archeologisch en Aardrijkskundig Onderzoek BV) met een aanzienlijke staat van dienst in de archeologie, zijn niet meer gerechtigd tot de uitvoering van een aanzienlijk deel van de archeologische werkzaamheden die zij gedurende jaren hebben verricht, omdat zij niet beschikken over een afgeronde universitaire opleiding archeologie. Deze consequentie is vooral terug te voeren op de KNA (Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie). De vaststelling en het beheer van de KNA vallen onder verantwoordelijkheid van SIKB (Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer). SIBK heeft jegens eisers in strijd met de vereiste zorgvuldigheid gehandeld, en daarmee in de gegeven verhoudingen onrechtmatig. Hoewel SIKB ervan op de hoogte was dat de opleidingseisen in de KNA voor eisers sub 1-4 in feite een beroepsverbod betekenen en dat aldus grote economische belangen in het geding waren, is niet gebleken dat SIKB zich deze belangen op enigerlei wijze heeft aangetrokken. SIBK moet binnen een jaar alsnog onderzoeken of er een redelijk evenwicht bestaat tussen het belang van de bewuste opleidingseisen in de KNA en de daardoor in het gedrang komende economische belangen van eisers. Daarnaast moet SIKB, in afwachting van de kennisgeving over deze belangenafweging, binnen veertien dagen na de betekenis van dit vonnis alles doen wat redelijkerwijs in haar macht ligt om te bewerkstelligen dat eisers sub 1-4 niet als onbevoegd worden beschouwd tot het verrichten van de in de KNA genoemde werkzaamheden die zijn voorbehouden aan wél universitair afgestudeerde archeologen.
De uitspraak op rechtspraak.nl