Rb. 's-Gravenhage 10 augustus 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BB3536

Rechtmatig verblijf / aanspraken op grond van gemeenschapsrecht / aantonen juridische band Eiser heeft verzocht om toetsing aan het gemeenschapsrecht en afgifte van een verblijfsdocument. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht het standpunt heeft ingenomen dat een uittreksel uit de GBA, waarin eiser als kind in gezinsverband van de verblijfgever staat vermeld, niet afdoende is om de juridische band tussen eiser en de verblijfgever aan te nemen. Een inschrijving in de GBA strekt niet tot bewijs van bepaalde familierechtelijke relaties. Geen enkele regel van het gemeenschapsrecht verzet zich tegen het vragen van een document ter nadere onderbouwing van de bedoelde juridische band. Zie daartoe onder meer artikel 10, tweede lid, onder b, van de Verblijfsrichtlijn. De omstandigheid voorts dat verweerder tussen eiser en de verblijfgever enige vorm van familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM heeft aangenomen, neemt niet weg dat daarmee nog niet vaststaat welke de tussen eiser en de verblijfgever bestaande band in gemeenschapsrechtelijke zin is. Nu de juridische band niet is aangetoond, is verweerder reeds hierom terecht tot de slotsom gekomen dat eiser geen aanspraken kan ontlenen aan het gemeenschapsrecht en derhalve niet in aanmerking komt voor afgifte van het gevraagde verblijfsdocument.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen