Rb. 's-Gravenhage 6 juli 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BB3526

Herhaalde aanvraag / réfugié sur place / buiten schuld Niet betwist dat eiser heeft deelgenomen aan de bezetting van de Syrische ambassade. Dit is een nieuw feit dat een hernieuwde rechterlijke beoordeling rechtvaardigt. Dit gaat echter niet op voor zover eiser meent dat hij vanwege hetgeen hij in zijn eerdere asielrelaas naar voren heeft gebracht in aanmerking komt voor een vergunning. De deelname nadien aan de Syrische bezetting, heeft een zelfstandig karakter ten opzichte van het eerdere asielrelaas. Verweerder acht niet aannemelijk dat de Syrische autoriteiten eiser als één van de deelnemers aan de bezetting hebben geïdentificeerd. Dit standpunt van verweerder houdt echter geen stand nu verweerder niet bestrijdt dat tijdens de bezetting video-opnames zijn gemaakt door het ambassadepersoneel waarbij eiser in beeld verschijnt en dat de video-opnames van de bezetting zijn uitgezonden op twee Arabische televisiezenders. Verder heeft verweerder niet bestreden dat de Syrische ambassade aangifte heeft gedaan van de bezetting en eiser vanwege deelname aan de bezetting in België gedetineerd is geweest. Aan verweerder moet worden toegegeven dat vooralsnog niet is gebleken dat de Syrische autoriteiten op de hoogte zijn van de personalia van eiser noch dat zijn familieleden in zijn land van herkomst als gevolg daarvan problemen hebben ondervonden, doch dit laat onverlet de reële mogelijkheid dat eiser toch reeds is geïdentificeerd, maar daarvan pas bij terugkeer in zijn land van herkomst de gevolgen zal ondervinden. Bij het nemen van het bestreden besluit, heeft verweerder deze mogelijkheid niet overwogen, althans daarvan blijkt niet uit de overwegingen van het besluit noch anderszins. Evenmin is in besluit ingegaan op de mogelijkheid dat eiser bij – al dan niet gedwongen - terugkeer alsnog wordt geïdentificeerd. Eiser voldoet niet aan het continuïteitsvereiste. [...] Vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw 2000 is terecht afgewezen. Het niet voldoen aan het continuïteitsvereiste is echter geen beletsel voor vergunningverlening op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, van de Vw 2000. Wat betreft de weigering een verblijfsvergunning als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken, geldt op zich ook het ne bis in idem beginsel. Desalniettemin staat het i.c. ter toetsing open voor de rechtbank. Anders dan verweerder stelt, doet zich immers een voor eisers relevante wijziging van het recht voor. Het WBV 2005/11 dat op 3 april 2005 in werking is getreden, dateert namelijk van ná het besluit van 9 januari 2004 en de daarop gebaseerde uitspraken. In de toelichting op het WBV 2005/11 is vermeld dat tot dan toe slechts was voorzien in vergunningverlening aan staatloze vreemdelingen. Het wijzigingsbesluit voorziet erin dat ook vreemdelingen met een nationaliteit in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning op grond van dit beleid indien zij genoegzaam hebben aangetoond dat zij ondanks hun bereidwilligheid, buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken. Nu tussen partijen juist in geschil is of eisers al dan niet staatloos zijn, is sprake van een voor eisers relevante wijziging van het recht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen