Rb. 's-Gravenhage 17 april 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BB2660

Beschikking op bezwaarschift ex artikel 250 Wetboek van Strafvordering. Bezwaar tegen verdere vervolging voor de feiten die onder 6 en 7 op de kennisgeving van verdere vervolging zijn vermeld. Verdachte is door Braziliaanse autoriteiten uitgeleverd aan Nederland op de voorwaarde dat zal worden voldaan aan de tekst van artikel 91 aanhef en onder I van de Braziliaanse wet van 6815 van 19 augustus 1980, inhoudende - kort gezegd - dat de opgeëiste persoon niet zal worden vervolgd ter zake van feiten die zijn gepleegd vóór die van het verzoek tot uitlevering. Een aanvulling op het eerdere verzoek tot uitlevering is door de Braziliaanse autoriteiten in behandeling genomen, maar daarop is nog niet definitief beslist. Het bezwaarschrift tegen de kennisgeving van verdere vervolging is gegrond. De gegrondheid van het bezwaarschrift brengt naar het oordeel van de rechtbank niet mee dat de verdachte met toepassing van artikel 250, vierde lid, Sv buiten vervolging moet worden gesteld, aangezien inwilliging van het aanvullende verzoek tot uitlevering door de Braziliaanse autoriteiten tot gevolg heeft dat de officier van justitie - in beginsel - alsnog bevoegd wordt over te gaan tot verdere vervolging ter zake van de feiten 6 en 7. Het bepaalde in artikel 250, vierde lid, Sv geldt hier derhalve niet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen