Rb. 's-Gravenhage 21 juni 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BB2373
Leges niet voldaan / aanvraag niet buiten behandeling gesteld / afwijzing verzoek / geen toepassing artikel 78 Vw 2000 Verzoeker heeft een reguliere aanvraag ingediend voor het ondergaan van een medische behandeling. De aanvraag is primair afgewezen wegens het niet betalen van de leges en subsidiair vanwegen het ontbreken van een mvv. Het betreft een verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar. Verweerder is van mening dat, omdat de aanvraag niet binnen vier weken buiten behandeling is gesteld, het niet betalen van leges een afwijzingsgrond is geworden. Tot en met de zitting zijn de leges niet voldaan. Verweerder heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorziening af te wijzen, het bezwaar met toepassing van artikel 78 van de Vw 2000 gegrond te verklaren en met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, Awb zelf in de zaak te voerzien en de aanvraag buiten behandeling te stellen. Verwezen wordt naar een uitspraak van de ABRvS van 21 augustus 2006, JV 2006/375 en een uitspraak van deze rechtbank van 18 december 2006, AWB 05/4991. De voorzieningenrechter heeft overwogen dat verweerder gehouden was op grond van artikel 24, tweede lid van de Vw 2000 de aanvraag buiten behandeling te stellen. Uit de hiervoor aangehaalde uitspraak van de ABRvS volgt dat de op grond van de artikel 24, tweede lid van de Vw 2000 bestaande bevoegdheid de aanvraag buiten behandeling te laten niet wordt beperkt door de in artikel 4:5, vierde lid van de Awb genoemde termijn van vier weken. Evenwel ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om de voorlopige voorziening toe te wijzen nu ook ter zitting is gebleken dat de leges nog niet zijn voldaan. Aan bespreking van de subsidiaire afwijzingsgrond komt de voorzieningenrechter niet toe. Omdat de leges in de bezwaarfase nog kunnen worden voldaan ziet de voorzieningenrechter geen ruimte voor toepassing van artikel 78 van de Vw.
De uitspraak op rechtspraak.nl