Rb. 's-Gravenhage 7 augustus 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BB2056

Mvv-procedure / buiten behandeling stelling / grondenfuik In het verweerschrift en ter zitting heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat hetgeen voor het eerst in beroep is aangevoerd buiten de beoordeling van het beroep dient te worden gehouden. Volgens verweerder is vereist dat beroepsgronden die in eerste aanleg worden aangevoerd, in ieder geval reeds impliciet in bezwaar naar voren zijn gebracht. De door eiseres aangevoerde beroepsgrond is niet in bezwaar aangevoerd en evenmin is gebleken dat deze beroepsgrond verband houdt met datgene wat in de beslissing op bezwaar is overwogen, aldus verweerder. De rechtbank overweegt dat uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 16 maart 2006 (met LJN-nummer AV6409 en gepubliceerd in AB 2006, 227) volgt dat de toetsing van de rechtbank van de beslissing op bezwaar naar de feiten en omstandigheden ten tijde daarvan er niet aan in de weg staat en voorts geen rechtsregel verbiedt dat, binnen de door de wet en de goede procesorde begrensde mogelijkheden, bij de beoordeling van het beroep gronden worden betrokken die na het nemen van dat besluit zijn aangevoerd en niet als zodanig in bezwaar naar voren zijn gebracht. Derhalve wordt het standpunt van verweerder dat de door eiseres aangevoerde beroepsgrond buiten de beoordeling van het beroep dient te worden gehouden, niet gevolgd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen