Rb. 's-Gravenhage 26 juli 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BB1381
Omdat X en zijn echtgenote, X-Y, die samen in een v.o.f. een onderneming drijven, over 2001 geen aangifte hebben gedaan, stelt inspecteur aanslagen ambtshalve vast. X en X-Y maken te laat bezwaar en verzoeken om vermindering. Zij leggen hierbij de aangiftegegevens over, waaruit blijkt dat de onderneming eind 2001 is gestaakt. Inspecteur wijst verzoek om vermindering van X af en legt hem navorderingsaanslag met boete op. In verband met vrijval voorziening en dubbele waarde van vm. bedrijfspand berekent inspecteur de stakingswinst hoger. Na afwijzing herhaald verzoek om vermindering AH-opgelegde aanslagen (in plaats van deze aan te merken als beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring) en na afwijzing bezwaar tegen navorderingsaanslag wenden X en X-Y zich tot de Nationale ombudsman. Deze merkt klacht aan als beroep tegen uitspraak op bezwaar m.b.t. navorderingsaanslag van X en stuurt klacht door naar de rechtbank. De rechtbank verklaart dit beroep ontvankelijk en vernietigt de aan X opgelegde navorderingsaanslag, omdat voorziening moet worden gesteld op waarde van de schuld in het economisch verkeer en omdat inspecteurs taxatie van het bedrijfspand op verkeerd uitgangspunt is gebaseerd. De rechtbank vertrouwt erop dat inspecteur de verzoeken van X en X-Y om vermindering van ambtshalve vastgestelde aanslagen in heroverweging zal nemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl