Rb. 's-Gravenhage 5 juli 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BB1222
Vreemdelingenbewaring / onttrekking aan uitzetting / inbewaringstelling asielzoekers / voorafgaand overleg IND Uit A6/5.3.3.5 van de Vc 2000 volgt dat het toepassen van bewaring bij vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in willen dienen of ingediend hebben, zo beperkt mogelijk dient te geschieden. Het kan hierbij gaan om “vreemdelingen die een dergelijke aanvraag indienen/ingediend hebben en waarvan bijvoorbeeld om redenen van manifest bedrog of andere gronden genoemd in A6/5.3.3.1 van de Vc 2000 aangenomen kan worden dat zij zich aan een eventuele uitzetting zullen gaan onttrekken”. In aanmerking genomen dat ook in dit geval het toepassen van de bewaring “zo beperkt mogelijk dient te geschieden”, kunnen de in Vc A6/5.3.3.1 genoemde en aan de maatregel ten grondslag gelegde gronden “niet beschikken over een vaste woon- of verblijfplaats” en “niet beschikken over voldoende middelen van bestaan” zonder nadere motivering niet dienen ter onderbouwing van het vermoeden dat eiser zich aan uitzetting zal onttrekken. Die gronden zijn immers van toepassing op (vrijwel) iedere asielzoeker. Verweerder heeft in redelijkheid dan ook niet kunnen oordelen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat er aanwijzingen zijn dat eiser zich aan uitzetting zal onttrekken. Voorts volgt uit A6/5.3.3.5 van de Vc 2000 dat, zolang de aanvraag nog niet in eerste aanleg is afgewezen, de inbewaringstelling van asielzoekers uitsluitend mag plaatsvinden en voortduren na vooraf overleg met de IND. Van dat overleg dient verslag te worden gelegd in de vreemdelingenadministratie. De rechtbank is niet gebleken van voorafgaand overleg als hiervoor bedoeld. Het enkele ontbreken daarvan maakt de inbewaringstelling niet onrechtmatig, tenzij de daarmee gediende belangen niet in redelijke verhouding staan tot ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen. Van dit laatste is de rechtbank gebleken, nu verweerder geen belangen heeft gesteld die maken dat de bewaring niet onrechtmatig is te achten. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl