Rb. 's-Gravenhage 18 juni 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BB1050

Verzoek tot voornaamswijziging van minderjarig kind van Nederlandse moeder en Egyptische vader. De Nederlandse rechter komt, gelet op het bepaalde in artikel 3, sub a, van het Wetboek van Burgerlijke Rv met betrekking tot het verzoek rechtsmacht toe. Nederlands recht is van toepassing op het verzoek op grond van artikel 2 van de Wet conflictenrecht namen. De minderjarige heeft thans geen geslachtsnaam, omdat de vader over een namenreeks beschikt en geen geslachtsnaam heeft en partijen bij de geboorteaangifte niet voor de geslachtsnaam van de moeder hebben gekozen. Het is voor de minderjarige, mede gelet op de culturele achtergrond van de vader, van belang dat de laatste naam van de namenreeks van de vader ook in de naam van de minderjarige voorkomt, zodat er een duidelijke koppeling tussen de namen van de vader en de minderjarige is. Naar het oordeel van de rechtbank hebben verzoekers het zwaarwichtige belang van de minderjarige bij toewijzing van het verzoek tot voornaamswijziging voldoende onderbouwd. De rechtbank wijst het verzoek toe.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen