Rb. 's-Gravenhage 22 maart 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BA8610

Inhoudsindicatie: Wijziging beperking verblijfsvergunning regulier / niet tijdig, wel binnen redelijke termijn ingediend / middelenvereiste. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres haar aanvraag om wijziging van de aan haar reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verbonden beperking “verblijf bij echtgenoot ” in “verblijf bij partner” (niet zijnde de echtgenoot) niet tijdig als bedoeld in artikel 3.80 Vb 2000, maar wel binnen de redelijke termijn als bedoeld in artikel 3.82 Vb 2000 heeft ingediend. Verweerder heeft daarbij in aanmerking kunnen nemen dat de eerdere verblijfsvergunning van eiseres terecht met terugwerkende kracht tot 9 augustus 2003 was ingetrokken en eiseres de aanvraag eerst op 24 oktober 2003 heeft ingediend. Verweerder heeft voorts, gelet op het bepaalde in 3.81 Vb 2000, de door eiseres ingediende aanvraag om wijziging van de beperking “verblijf bij echtgenoot” in de beperking “verblijf bij partner” terecht aangemerkt als een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier. Eiseres heeft aangevoerd dat verweerder bij de toetsing aan artikel 3.22, eerste lid, Vb 2000 ten onrechte alleen het inkomen van partner (ook wel referent genoemd) heeft betrokken, en het inkomen van eiseres buiten beschouwing heeft gelaten. Zij meent dat aanleiding bestaat om het beleid inzake verlenging van een verblijfsvergunning analoog toe te passen en uit te gaan van het gezinsinkomen. Verweerder heeft te dien aanzien in het bestreden besluit overwogen dat op grond van artikel 3.22, eerste lid, Vb 2000 en het beleid in B2/2.11 Vc 2000 slechts de middelen van referent bij de toets aan het middelenvereiste kunnen worden meegerekend en dat het inkomen van eiseres in dit kader niet relevant is. De rechtbank stelt vast dat in de Nota van Toelichting op artikel 3.4 Vb 2000 wordt uitgegaan van de meest voorkomende situatie dat de aanvrager van de verblijfsvergunning zich nog in het buitenland bevindt, en de hoofdpersoon (de referent) logischerwijze de enige is die aan de in artikel 3.22 Vb 2000 gestelde voorwaarde kan voldoen. Een situatie zoals die waarin eiseres thans verkeert is niet kenbaar voorzien. Eiseres is immers van 9 augustus 2001 tot 9 augustus 2003 in het bezit geweest van een reguliere verblijfsvergunning en heeft sinds 15 december 2001 rechtmatig gewerkt en een inkomen verdiend. De ratio van de voorwaarde dat de hoofdpersoon over voldoende en duurzame middelen van bestaan beschikt is gelegen in het voorkomen van de situatie dat de vreemdeling en de hoofdpersoon die gezinsvorming of gezinshereniging beogen, een beroep doen op de openbare middelen. Tegen die achtergrond en gelet op het gegeven dat een situatie als deze niet is voorzien, kan verweerder niet zonder nadere motivering onverkort vasthouden aan de eis dat alleen de middelen van bestaan van referent een rol kunnen spelen bij de vaststelling of aan de voorwaarde van het duurzaam en zelfstandig beschikken over voldoende middelen van bestaan wordt voldaan. Gelet op het vorenstaande ontbeert het bestreden besluit een deugdelijke motivering als bedoeld in artikel 7:12 Awb.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen