Rb. 's-Gravenhage 31 mei 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BA8005

Opheffing ongewenstverklaring / bijzondere of dringende omstandigheden / 3 EVRM / Somalie Gelet op het gebruik van de bewoordingen "in ieder geval" in artikel 6.6 van het Vb2000, dragen de opheffingstermijnen het karakter van bovengrenzen. Er kunnen zich (bijzondere) omstandigheden voordoen waarbij de persoonlijke belangen van de vreemdeling dienen te prevaleren boven het algemeen belang van de staat voordat de van toepassing zijnde duur van de ongewenstverklaring is verstreken. Deze bijzondere omstandigheden kunnen zijn gelegen in een verbod tot uitzetting in verband met artikel 3 EVRM, of in het recht om hier te lande het familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM, te kunnen uitoefenen. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom met betrekking tot eiser geen bijzondere of dringende omstandigheden bestaan die een (tijdelijke) opheffing van de ongewenstverklaring rechtvaardigen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen