Rb. 's-Gravenhage 8 juni 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BA7999

Artikel 8 EVRM / inmenging gezinsleven / belangenafweging / lopende procedure tot vaststelling van een omgangsregeling Verweerder heeft geweigerd de beperking waaronder eiser een vergunning is verleend te wijzigen van ‘verblijf bij echtgenote’ in ‘verblijf bij kind’. Niet in geschil is dat het onthouden van de gevraagde wijziging van de beperking een inmenging in het familie- en gezinsleven oplevert als bedoeld in artikel 8, tweede lid, EVRM. In geschil is of inmenging gerechtvaardigd is in het belang van het economisch welzijn van Nederland. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van het EHRM van 11 juli 2000 (29192/95, JV 2000/187) inzake Ciliz tegen Nederland en stelt vast dat er in hoger beroep nog immer geen definitieve omgangsregeling tussen eiser en zijn minderjarige zoon is vastgesteld. De rechtbank stelt voorts vast dat het uitblijven van deze definitieve omgangsregeling niet aan eiser verweten kan worden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder, door afwijzend te beslissen op eisers aanvraag en het tegen deze beslissing ingediende bezwaarschrift ongegrond te verklaren, ondanks het feit dat de procedure van eiser in verband met het omgangsrecht met zijn zoon in hoger beroep nog niet was afgerond, de deelname van eiser aan de procedure in verband met dat omgangsrecht in het gedrang gebracht. Dit klemt temeer nu ten aanzien van eisers zoon sprake is van een ontwikkelingsstoornis en deze zoon, zoals de Raad voor de Kinderbescherming blijkens de gedingstukken ook aanneemt, belang heeft bij herstel van het contact met zijn vader. De lange duur van de procedure in verband met het omgangsrecht doet aan het voorgaande niet af, aangezien deze lange duur niet is te wijten aan eiser, die bovendien – tussen partijen is dit niet in geschil – geen beroep doet op de openbare kas. Derhalve geeft de bestreden beschikking geen blijk van een belangenafweging die in overeenstemming is met de relevante overwegingen in genoemde uitspraak van het EHRM. Alle omstandigheden bezien kan verder niet uitgesloten worden geacht dat het onthouden van de gevraagde wijziging van de verblijfsvergunning strijd oplevert met artikel 8 EVRM. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen