Rb. 's-Gravenhage 28 maart 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BA7294
Mvv-vereiste / inkomensvereiste referent loondienst / doel van de regelgeving / schending hoorplicht en motiveringsvereiste Betreft mvv-aanvraag in kader van gezinsvorming; afgewezen op grond van artikel 16, eerste lid, onder c, Vw 2000, omdat referent niet duurzaam en zelfstandig zou beschikken over voldoende middelen van bestaan. Niet wordt betwist dat referent voldeed aan de inkomensnorm (€ 1441,44 per maand) indien de door referent verworven inkomsten uit arbeid in loondienst en als zelfstandige over 2004 en 2005 bij elkaar worden opgeteld. In zoverre verweerder van oordeel is dat gedurende de achttien maanden voor de aanvraag alleen het inkomen als zelfstandige al boven voormeld normbedrag dient te liggen, merkt de rechtbank op dat de letterlijke tekst van de regelgeving zulks niet meebrengt. De rechtbank overweegt voorts dat het doel van de regelgeving hierin is gelegen dat slechts een mvv wordt verstrekt indien, gelet op het in het verleden genoten inkomen en de daaruit voortvloeiende verwachtingen voor de toekomst, waarschijnlijk is dat referent over voldoende middelen van bestaan beschikt om in het levensonderhoud van de vreemdeling voor wie hij optreedt als referent te kunnen voorzien. Uitgaande van dit doel en de continuïteit die de inkomsten en werkzaamheden van referent vertonen, noopt het doel van de regelgeving evenmin tot een zodanige uitleg dat in het onderhavige geval zou moeten worden aangenomen dat referent niet aan de inkomenseis voldoet. De rechtbank merkt hierbij op dat het beleid dat verweerder heeft ontwikkeld ter uitvoering van deze regelgeving kennelijk niet voorziet in een situatie als die van referent. Beroep gegrond wegens schending van de artikelen 7:2 en 7:12 Awb.
De uitspraak op rechtspraak.nl