Rb. 's-Gravenhage 11 juni 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BA6800
Geschil tussen de Stichting WMO en de NOvAA over de totstandkoming van de nieuwe Verordening Gedragscode Accountants (VGC). Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voorshands niet gebleken dat de de besluitvorming over de VGC op de ledenvergadering van de NOvAA ondemocratisch is geschied. Daarnaast hebben eisers niet aannemelijk gemaakt dat de NOvAA bij de totstandkoming van de VGC onrechtmatig of in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft gehandeld. Dit geldt eveneens voor de door eisers gestelde strijd met wet- en regelgeving. Er is geen aanleiding om een deel van de Wet AA (Wet op de Accountants-Administratieconsulenten) buiten werking te stellen en het bestuur van de NOvAA bevoegdheden te ontnemen. Facilitering van een door eisers genoemde groep van leden van de NOvAA die van haar bevoegdheid ingevolge de Verordening op de ledenvergadering gebruik wil maken om zelf een buitengewone vergadering bijeen te roepen, wordt thans niet opportuun geacht. Eisers willen deze buitengewone vergadering benutten om door middel van een recht van initiatief de VGC te wijzigen. De betreffende regelgeving voorziet echter niet in een dergelijk recht van initiatief voor de leden van de NOvAA. Alle onderdelen van de vordering worden afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl