Rb. 's-Gravenhage 29 mei 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BA6287
Art. 1F VLV / personal participation / fair play Eiser is in Afghanistan van 1984 tot 1992 werkzaam geweest als beroepsmilitair. Hij heeft laatstelijk de rang van kolonel bekleed. Hij was de persoonlijk secretaris van de commandant. Eiser heeft gesteld nooit aan gevechtshandelingen te hebben deelgenomen, doch slechts op administratief niveau werkzaam te zijn geweest. Verweerder heeft de toepasselijkheid van artikel 1 F VLV ten aanzien van eiser gebaseerd op een algemeen ambtsbericht van 9 mei 2000, waaruit blijkt dat het Afghaanse regeringsleger in de jaren 1979 tot 1992 verwikkeld was in een bloedige burgeroorlog met de Mudjaheddin, waarbij met name de plaats Herat, waar eiser gelegerd was, werd genoemd. Voorts heeft verweerder zich gebaseerd op een ambtsbericht waarin is aangegeven dat het inzetten van officieren bij gevechtshandelingen een vereiste was. Eiser heeft naar aanleiding van verweerders voornemen tot tegenwerping van 1 F VLV een verklaring van zijn commandant overgelegd, inhoudende dat eiser nooit aan gevechtshandelingen heeft deelgenomen. In het bestreden besluit heeft verweerder deze verklaring gepaseerd. In beroep heeft eiser een brief van het Afghaanse Ministerie van Buitenlandse zaken overgelegd, waarin is aangegeven (ondermeer) dat eiser niet heeft deelgenomen aan oorlogsactiviteiten. Ook is een verklaring overgelegd door eiser van het Consulaat Generaal van Afghanistan in Nederland, waarin is bevestigd dat het Ministerie van Buitenlandse zaken deze informatie heeft verstrekt. De verklaring is gelegaliseerd. Ook in deze verklaring is aangegeven dat eiser niet aan gevechtshandelingen heeft deelgenomen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder ten onrechte geen onderzoek heeft laten verrichten naar het legeronderdeel waarin eiser heeft gediend. Het door verweerder aangehaalde ambtsbericht van 9 mei 2000 noemt het aspect van een dergelijk onderzoek uitdrukkelijk om de persoonlijke verantwoordelijkheid van iemand vast te kunnen stellen. Daar komt bij dat eiser altijd heeft ontkend aan gevechtshandelingen te hebben deelgenomen en dit met verklaringen heeft onderbouwd. Het bepaalde in artikel 83 Vw 2000 staat er niet aan in de weg deze verklaringen in de beoordeling te betrekken, daar het hier gaat om een nadere onderbouwing van een eerder ingenomen standpunt. Bovendien kon eiser pas in de beroepsfase weten dat zijn verklaring door verweerder niet werd gevolgd. Het zou in strijd zijn met het beginsel van fair play om eiser de mogelijkheid te ontnemen zijn betrokkenheid bij handelingen als bedoeld in artikel 1 VLV (in beroep) te weerleggen. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl