Rb. 's-Gravenhage 10 mei 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BA5952
Eerdere inbewaringstelling / tijdsverloop / ontbreken zicht op uitzetting Nu sinds de opheffing van de vorige aan eiser opgelegde vrijheidsontnemende maatregel twee jaren zijn verstreken is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een zodanig lange periode als hiervoor bedoeld. Dat in de door verweerder genoemde uitspraak van de AbRS van 29 januari 2007 een tijdsverloop van twee jaar en twee maanden wel als een zodanig lange periode is aangemerkt, maakt niet dat er reden is om reeds bij een tijdsverloop van twee jaar aan te nemen dat er geen relevante samenhang meer is met de reden van de opheffing van de maatregel destijds. Niet is gebleken van nieuwe feiten en omstandigheden die leiden tot de slotsom dat thans wel sprake is van zicht op uitzetting. Hierbij acht de rechtbank van belang dat verweerder ter zitting heeft verklaard dat het onderzoek door de Marokkaanse autoriteiten naar aanleiding van de aanvraag om een laissez-passer van december 2004 nog niet is afgesloten. Laatstelijk is in 2006 gerappelleerd bij voornoemde autoriteiten. Niet gebleken is dat dit onderzoek reeds tot enige resultaat of nieuwe bevindingen heeft geleid.
De uitspraak op rechtspraak.nl