Rb. 's-Gravenhage 29 maart 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4835
Toegangsweigering / indienen van reguliere aanvraag mogelijk Volgens verweerder kan een vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd geen reguliere aanvraag indienen. De rechtbank beschouwt eisers verzoek als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, Awb. Noch is sprake van een onvolledige aanvraag noch heeft verweerder de aanvraag buiten behandeling gesteld. Noch uit de tekst noch de strekking van artikel 5, derde lid, Vw 2000,- door verweerder ingeroepen ter onderbouwing van zijn standpunt -, volgt dat de vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd geen aanvraag om een reguliere verblijfsvergunning kan indienen. Dat uit de Memorie van Toelichting blijkt dat het mogelijk wel is beoogd, maakt het niet anders. De bepaling schort slechts de vertrekplicht op totdat op diens asielaanvraag is beslist. Zelfs indien de bepaling a-contrario wordt uitgelegd ten aanzien van een reguliere aanvraag, leidt dit niet tot de conclusie dat een vreemdeling wiens toegang is geweigerd aan een buitengrens geen reguliere aanvraag kan indienen. De Vw 2000 noch het Vb 2000 bevat een bepaling die het indienen van een reguliere aanvraag aan een buitengrens onmogelijk maakt. Evenmin verzet het systeem van de wet zich daar tegen. Het bestreden besluit is in strijd met artikel 1:3, derde lid, Awb. Beroep gegrond. Zelf in de zaak voorzien. Herroeping primaire besluit. Verweerder dient alsnog op de reguliere aanvraag te beslissen.
De uitspraak op rechtspraak.nl