Rb. 's-Gravenhage 3 mei 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4604
Geding tussen eiser en de Commandant Koninklijke Marechaussee. Eiser heeft verzocht om ingedeeld te worden bij het bestand der wachtmeesters categoraal onder gelijktijdige toelating tot de Hogere Onderofficiersvorming KMar (HOOV KMar). Op basis van de resultaten van het assessment is eiser niet geselecteerd voor een plaats op de HOOV KMar. Eiser heeft aangevoerd dat hij zich niet heeft kunnen voorbereiden omdat hij een dag voorafgaand aan het assessment is teruggekomen van een dienstreis. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser niet ten onrechte voor het volgen van de HOOV KMar is afgewezen en dat geen rekening gehouden kan worden met het feit dat eiser en dag voorafgaand aan het assessment is teruggekomen van een dienstreis. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder het bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en genomen. Het beroep is gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl