Rb. 's-Gravenhage 20 april 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4089

intrekking Personnel Security Clearance of NATO SECRET niveau omdat op basis van de uitkomsten van het veiligheidsonderzoek door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) onvoldoende waarborgen aanwezig zijn om de PSC te handhaven. Verweerder heeft hieraan ten grondslag gelegd dat informatie-uitwisseling met de autoriteiten van het land van herkomst van verzoeksters partner (Tunesie) nog niet tot de mogelijkheden behoort. Het feit dat de voorzieningenrechter op voorhand zeker niet uitsluit dat verweerder in bezwaar tot een andersluidend besluit zal komen en het feit dat verweerder, ondanks herinneringen van de kant van verzoekster, een lange termijn heeft laten verstrijken voor het bestreden besluit werd genomen, brengen de voorzieningenrechter er toe te bepalen dat een voorlopige voorziening wordt getroffen in die zin dat de beslissing op het bezwaar uiterlijk wordt genomen binnen de in artikel 7:10 van de Awb bepaalde beslistermijn. In de bezwaarprocedure zal verweerder dienen te onderzoeken of er werkelijk geen alternatieven bestaan die tot bruikbare informatie kunnen leiden. Daarbij zal verweerder tevens in beschouwing moeten nemen de vraag van verzoekster hoe het mogelijk is dat Nederlandse medewerksters van de Nederlandse ambassade in Tunis wel een clearance hebben gekregen, terwijl ook zij met Tunesische mannen zijn gehuwd. Voorts zal verweerder aandacht dienen te besteden aan de vraag of in bedoelde gevallen via andere mogelijkheden bruikbare inlichtingen zijn ingewonnen (...)

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen