Rb. 's-Gravenhage 12 maart 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BA3679
Mvv / verblijf als au pair / voorwaarden / zorgvuldige voorbereiding De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het kader van een zorgvuldige voorbereiding de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen dient te vergaren (artikel 3:2 Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Nu sprake is van een aanvraag dient eiseres op grond van artikel 4:2, tweede lid, Awb de gegevens en bescheiden te verschaffen, die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Naar het oordeel van de rechtbank brengen deze bepalingen met zich dat het bestuursorgaan een actieve houding dient aan te nemen ter zake van het onderzoek naar de door eiseres aangedragen gegevens. In het bijzonder rust op het bestuursorgaan de plicht om te onderzoeken of de aangedragen gegevens kunnen leiden tot honorering van de aanvraag en zo nee in welke mate deze te kort schieten. In dat geval behoort het onderzoek zich mede te richten op de vraag op welke wijze alsnog aan de voorwaarden voor honorering kan worden voldaan. Tenslotte dienen de bevindingen van het onderzoek aan de aanvrager kenbaar te worden gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat eiseres alle voor de aanvraag relevante gegevens heeft verstrekt. Gelet op het feit dat eiseres alle door verweerder gevraagde gegevens heeft overgelegd en de door haar en referent afgelegde verklaringen, is de rechtbank van oordeel dat verweerder niet zonder meer kon concluderen dat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 3.43, eerste lid, Vb 2000. Het standpunt van verweerder dat eiseres bij haar aanvraag tevens had dienen aan te tonen dat geen sprake is van oneigenlijk gebruik van het au-pairschap kan de rechtbank ook niet volgen. Nu eiseres aan alle voorwaarden voor het au-pairschap heeft voldaan dient verweerder aannemelijk te maken dat sprake is van oneigenlijk gebruik van het au-pairschap. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder hierin niet geslaagd. Dat de indruk bij verweerder bestaat dat eiseres bij haar moeder zal verblijven acht de rechtbank hiertoe niet voldoende. De rechtbank is gelet op het bovenstaande van oordeel dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven wegens strijd met het motiveringsbeginsel van artikel 7:12 Awb.
De uitspraak op rechtspraak.nl