Rb. 's-Gravenhage 22 maart 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BA1603
Vreemdelingenbewaring / rechtmatig verblijf / Associatiebesluit 1/80 EEG-Turkije / ongewenstverklaring Eiser heeft gesteld dat de bewaring dient te worden opgeheven, omdat eiser verblijfsrecht kan ontlenen aan het Associatiebesluit 1/80 EEG-Turkije en het Europese Vestigingsverdrag. De rechtbank volgt deze stelling niet. Daargelaten de vraag of eiser rechten heeft opgebouwd op grond van dat besluit bepaalt artikel 14, eerste lid, van Besluit 1/80 dat het verblijfsrecht wordt beëindigd indien sprake is van - zakelijk weergegeven - gedrag van eiser dat een fundamentele bedreiging vormt voor de openbare orde. Verweerder heeft dit in de Vreemdelingencirculaire 2000 in algemene zin uitgewerkt in de hoofdstukken B11/3.7 en B10/7.2.1 en van eiser specifiek gemotiveerd uiteengezet in de beslissing tot ongewenstverklaring d.d. 15 januari 2007 en met name ten aanzien van de strafbare feiten die voor die beslissing de grondslag vormden. Hiertegenover heeft eiser onvoldoende aangevoerd, en de rechtbank is daarvoor ook niet gebleken, dat zijn beroep op Besluit 1/80 alsnog aannemelijk maakt. De grief wordt dan ook verworpen. Dat eiser tegen de ongewenstverklaring bezwaar heeft aangetekend, leidt niet tot het oordeel dat die ongewenstverklaring eiser niet tegengeworpen kan worden, zolang niet in rechte ten aanzien van de ongewenstverklaring anders is geoordeeld.
De uitspraak op rechtspraak.nl