Rb. 's-Gravenhage 15 maart 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BA0753

Nadat in Italië tegen eiser drie Europese aanhoudingsbevelen waren uitgevaardigd en de officier van justitie bij de Internationale Rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam ingevolge art. 23 Overleveringswet had gevorderd deze in behandeling te nemen, heeft die rechtbank de overlevering van eiser toegestaan. Tegen deze uitspraken staat ingevolge artikel 29 lid 2 Overleveringswet geen rechtsmiddel meer open anders dan beroep in cassatie in het belang der wet. Eiser vordert de Minister van Justitie te bevelen van zijn aanwijzingsbevoegdheid ingevolge artikel 127 RO gebruik te maken, althans dat niet tot de feitelijke overlevering wordt overgegaan tot op de onderhavige vordering onherroepelijk is beslist. De voorzieningenrechter wijst het gevorderde af. De bevoegdheid om te beslissen over vervolgen of niet vervolgen is door gedaagde gedelegeerd aan de officier van justitie. De bevoegdheid ingevolge artikel 127 RO is door deze delegatie in belangrijke mate ingeperkt en overigens ook door de Overleveringswet. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen, waarin sprake is van zeer bijzondere en concrete omstandigheden, kan gedaagde ertoe overgaan om een aanwijzing te geven. De voorzieningenrechter heeft marginaal toetsend beoordeeld of er in de onderhavige zaak sprake is van zeer bijzondere en concrete omstandigheden, op grond waarvan gedaagde in redelijkheid niet heeft kunnen komen tot zijn beslissing niet in te gaan op het verzoek van eiser over te gaan tot een aanwijzing. In deze zaak wordt geoordeeld dat van een dergelijk zeer uitzonderlijk geval geen sprake is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen