Rb. 's-Gravenhage 31 januari 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ9714
Ingangsdatum verblijfsvergunning / vrijstelling paspoort vereiste In het TBV 2003/12, geldig van 20 maart 2003 tot en met 19 september 2003, staat dat vreemdelingen met de Iraakse nationaliteit die zich in Nederland bevinden zonder machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), zonder Iraaks document voor grensoverschrijding en ook zonder laissez-passer, afgegeven door een Nederlandse vertegenwoordiging, worden vrijgesteld van het paspoortvereiste. Indien de situatie in Irak zich wijzigt, er wel een erkend centraal gezag is én de Iraakse ambassade te Den Haag weer open is, kunnen vreemdelingen met de Iraakse nationaliteit zich tot hen wenden voor het verkrijgen van een paspoort. Door middel van TBV 2003/47, WBV 2004/8 en WBV 2004/58 is de geldigheidsduur van de bovenstaande regeling uit TBV 2003/12 verlengd tot en met 31 december 2004. Op grond van de voormelde TBV’s en WBV’s staat vast dat van 20 maart 2003 tot en met 31 december 2004 Iraakse vreemdelingen (beleidsmatig) waren vrijgesteld van het paspoortvereiste wanneer zij een aanvraag indienden voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Dat betekent dat eiser met ingang 20 maart 2003 - dat is drie maanden na de indiening van zijn onderhavige aanvraag en ruim twee jaar en zeven maanden voor het bestreden besluit - was vrijgesteld van het paspoortvereiste. Ook ten tijde van het besluit in primo gold dat eiser van dat vereiste was vrijgesteld. Met het bepaalde in artikel 26, eerste lid, Vw in samenhang gezien met 3.103 Vb verdraagt zich niet dat verweerder aan eiser vervolgens in bezwaar alsnog het paspoortvereiste tegenwerpt. Hieraan kan niet afdoen dat tijdens de bezwaarprocedure de situatie in Irak is gewijzigd en in TBV 2003/12 is opgenomen dat indien de situatie zich wijzigt vreemdelingen met de Iraakse nationaliteit zich weer tot de betreffende instanties kunnen wenden voor het verkrijgen van een paspoort. Van een zodanig gewijzigde situatie in Irak was immers ten tijde van (het moment gelegen drie maanden na) de aanvraag van verzoeker, waarop door verweerder toen nog geen beslissing was genomen, geen sprake.
De uitspraak op rechtspraak.nl