Rb. 's-Gravenhage 27 februari 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ9447
Ongewenstverklaring / beleid / geldboete Allereerst wordt overwogen dat verweerder heeft getoetst aan het beleid, neergelegd in hoofdstuk A5/2 Vc 2000, terwijl op het moment dat het bestreden besluit werd genomen B1/2.2.4.4 Vc 2000 van toepassing was. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de toepassing van het ten onrechte door verweerder gehanteerde beleid kan worden gesauveerd nu de tekst van de verschillende beleidsonderdelen niet is gewijzigd. Vervolgens wordt overwogen dat in het hiervoor weergegeven beleid de geldboete niet is vermeld. Voorts blijkt noch uit de Vc, noch heeft verweerder ter zitting kunnen verklaren dat de geldboete – anders dan dat deze kan zijn opgelegd na veroordeling wegens een misdrijf – in het beleid geacht moet worden te zijn inbegrepen en enkel als kennelijke omissie niet is vermeld. Dit geldt temeer nu de geldboete tevens wordt opgelegd voor overtredingen en met de uitbreiding van de bevoegdheden van het Openbaar Ministerie er niet zonder meer vanuit kan worden gegaan dat een geldboete een zwaardere straf behelst dan het aanvaarden van een transactieaanbod nu dit thans ook het aanvaarden van een taakstraf kan inhouden. Gelet op het vorenoverwogene is de voorzieningenrechter van oordeel dat de veroordelingen tot geldboetes van respectievelijk € 200,-, € 600,- en € 250,- geen veroordelingen tot een (korte) gevangenisstraf of taakstraf betreffen en evenmin als het aanvaarden van een transactieaanbod ter zake van een misdrijf kunnen worden aangemerkt. Derhalve kunnen deze niet zonder meer ten grondslag worden gelegd aan de ongewenstverklaring. Beroep gegrond, schorsing ongewenstverklaring totdat opnieuw op bezwaar is beslist; verzoek afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl