Rb. 's-Gravenhage 14 februari 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ9184
Zowel in conventie als in reconventie is de kern van het geschil of eiseres enig erfgename is dan wel gedaagde sub 1 c.s. erfgenamen zijn van (de nalatenschap van) erflater. De uiterste wilsbeschikking dient met toepassing van art. 4:46 BW te worden uitgelegd. Dit betekent dat bij de uitleg dient te worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt. Daden of verklaringen van de erflater buiten de uiterste wilsbeschikking mogen slechts dan voor uitleg worden gebruikt, indien deze zonder die daden of verklaringen geen duidelijke zin heeft.
De uitspraak op rechtspraak.nl