Rb. 's-Gravenhage 15 februari 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ8965
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Beroepschrift niet tijdig ingediend. Ingevolge artikel 6:7 van de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift zes weken. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Militaire Ambtenarenwet 1931 (MAW) bedraagt, in afwijking van artikel 6:7 van de Awb, de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift of beroepschrift dertien weken, indien de belanghebbende zich om redenen van dienst buiten Nederland bevindt. In de dienstreizen van eiser naar het buitenland ziet de rechtbank geen omstandigheid op grond waarvan tot verschoning van de overschrijding van de beroepstermijn kan worden geconcludeerd. De dienstreizen werden telkenmale onderbroken door een meerdaags verblijf in Nederland. Op die momenten had eiser in ieder geval een voorlopig beroepschrift kunnen (laten) indienen. Dat het verblijf in het Nederland gedeeltelijk plaatsvond in het weekend kan daaraan niet afdoen. Voorts kan de door eiser aangevoerde omstandigheid dat hij in de veronderstelling verkeerde dat de beroepstermijn een aanvang neemt op het moment van ontvangst van het besluit, hem niet baten. In de rechtsmiddelenvermelding onder het bestreden besluit is nadrukkelijk vermeld dat de beroepstermijn een aanvang neemt op het moment van uitreiking dan wel verzending van het besluit.
De uitspraak op rechtspraak.nl