Rb. 's-Gravenhage 13 juni 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:BA4721

Wet BPM (belasting van personenauto's en motorrijwielen). Aan eiser is een naheffingsaanslag in de BPM opgelegd. In geschil is of deze naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Aangezien eiser voor 21 en 22 mei 2004 reeds op 27 april 2004 met de auto gebruik heeft gemaakt van de openbare weg, eiser op deze tijdstippen in Nederland woonde en voorts de feitelijke beschikkingsmacht over de auto had, eiser na de eerste constatering conform het Besluit van 13 december 2002, nr. CPP2002/1574M bij brief van 27 april 2004 is gewaarschuwd en in de gelegenheid is gesteld de auto alsnog in Nederland te registreren en de BPM te voldoen en voorts gesteld noch aannemelijk is gemaakt dat een vrijstelling ex artikel 14 van de Wet BPM is verleend, is terecht op grond van artikel 1, vijfde lid, van de Wet BPM en artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de onderhavige naheffingsaanslag opgelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen